This is the story (in Dutch) of the liberating feeling I experienced after I ditched my laundry machine last summer.

Bekentenis

Ik heb dus geen wasmachine meer. Wacht even, ik ga dat nog even herhalen zodat het kan doordringen. Ik. Heb. Geen. Wasmachine. Meer.

Even naar het begin. Een paar jaar geleden kocht ik voor de 3de keer op 10 jaar tijd een nieuwe droogkast. Twee jaar later bleek het ding kapot. Gelukkig verzekering, dus kwam de hersteller langs. De droogkast werkte opnieuw. Een paar maanden later was hij weer kapot. Voortaan ging ik gewoon mijn was op een droogrek ophangen bij slecht weer, bij goed weer vloog de was buiten.

Gevolg? Elke dag een machine was. Veel strijk. Altijd een droogrek in de living. Bij mooi weer werd er “geprofiteerd” om meerdere machines was te doen.

Dat leek allemaal in orde. Ik was het gewoon om altijd was te doen. Ik was het gewoon om altijd strijk te hebben liggen en in het weekend trots te zijn omdat ik die strijk had weggewerkt. Ik kloeg, samen met alle anderen in mijn buurt, over het vele werk met de was. Plannen werden gemaakt: als ik nu eens een nieuwe droogkast kocht? Als ik nu eens al mijn was liet liggen tot in het weekend? Als ik nu eens onmiddellijk een machine was liet draaien om te vermijden dat de was zich opstapelde? Als ik nu eens mijn strijk zou uitbesteden? Ik was toch ‘thuis’ (de onvermijdelijke val waar je als zelfstandige intrapt), dus kon ik toch altijd ‘snel’ even tussendoor een machine was insteken?

2018 BEST Laundry Memes! This Post is for People Who Hate Laundry

Mythe en samenzwering

Dat is dus allemaal je reinste onzin. Wij worden helemaal niet geacht om én voltijds te gaan werken én voltijds ons huishouden te doen, inclusief de vieze was voor al onze huisgenoten. Dat is gewoon het grootste bedrog van de 20ste eeuw. Wat mij betreft: het resultaat van een wereldwijd complot om de Westerse vrouw stevig aan haar huis te kluisteren op een moment dat ze net begreep dat er zoiets bestond als vrijheid.

Kijk, ik wil daarmee niet beweren dat vrouwen vroeger geen was moesten doen. Maar onze grootouders herinneren zich waarschijnlijk nog dat er in hun dorp of in hun wijk vaak een wasvrouw woonde. Die wasvrouw ging bij mensen thuis de vieze was ophalen en bracht die gewassen terug. Dat was haar job, slecht betaald en slecht voor de gezondheid dat geef ik grif toe, maar op zijn minst was er een maatschappelijke consensus over het feit dat die job door een ‘specialist’ moest worden uitgeoefend.

Veel van onze (over)grootouders dachten er niet eens aan om hun was zelf te doen. Voor andere mensen, in andere tijden of andere plaatsen, is/was de was doen een gemeenschappelijke aangelegenheid. Iets dat je bovendien buitenshuis ging/gaat doen. Een gelegenheid tot sociaal contact, een erkenning van het werk dat je doet. Niks geen onzichtbaar zwoegen in je eigen huis, naast je voltijdse dagtaak.

En dan komt die grote periode van ongebreidelde consumptie in het midden van de 20ste eeuw. We zijn allemaal rijk, heel rijk. En plots vinden slimme marketeers uit dat die rijkdom betekent dat mensen zich heel wat meer kunnen veroorloven. Fabrikanten van allerlei nieuwe huishoudapparatuur wrongen in hun handjes bij zoveel potentieel. Alleen een wasmachine verkopen aan de wasvrouw, dat brengt uiteraard niet genoeg op. Dus creëren we de mythe dat elke vrouw smacht naar een eigen wasmachine.

Eindelijk kan ze de was van haar schatjes gewoon thuis doen. Ze hoeft niet eens buiten te gaan daarvoor. Ze hoeft niemand anders lastig te vallen. Ze kan dat allemaal snel zelf doen. Niks geen maaltijden die van buitenshuis komen. Mama heeft nu een fornuis. Niks geen wasvrouw die de was komt ophalen. Mama heeft nu een machine. Mijn feministische hart klopt spontaan sneller van zoveel bedrog. Vrouwen zijn nog nooit zo aan huis gekluisterd geweest dan sedert het moment dat een (inmiddels heel rijke) slimmerik heeft ontdekt dat je behoorlijk veel geld kunt verdienen op de kap van de huisvrouw.

En vandaar ook de mythe van de steeds perfect gemaquilleerde huisvrouw die klaarstaat met de pantoffels van haar teerbeminde echtgenoot wanneer die terugkomt van zijn werk. Uiteraard heeft ze in de tussentijd haar bloedjes van kinderen eten gegeven, de vloer nog eens gestofzuigd zodat hubby niet op kruimeltjes moet trappen en zijn hemden vers gesteven. En terwijl het uitgebreide avondeten – liefst een 3-gangenmenu, want van werken krijg je honger – door hubby wordt verorberd, luistert ze aandachtig naar het relaas van zijn stressvolle dag.

Het spreekt voor zich dat hij te hard gewerkt heeft om te informeren naar haar gezwoeg met vuile kinders, vuile was en vuile keukenvloeren. Uiteindelijk heeft ze alles wat haar hartje begeert: ze ‘hoeft’ niet te gaan werken, want ze heeft thuis alles om haar het leven comfortabel te maken. Dat was de aantrekkingskracht van keukenapparatuur en aanverwanten: comfort, luxe, efficiëntie. Maar dan wel in de beslotenheid van je eigen blinkende huis.

Laundry-Wear Sunscreen blog

https://www.digitalmomblog.com/laundry-memes/

En daar staan we dan, iets meer dan een halve eeuw later. Onze huizen staan vol apparatuur die we niet nodig hebben. We denken nog altijd dat we alle apparaten in huis moeten hebben, anders is uiteraard je keuken of je waskot niet compleet. Telkens er één of ander nieuwe gadget op de markt komt, wordt ons wijsgemaakt dat we niet zonder kunnen. Voor ons gemak. We zijn alsmaar meer verslaafd aan al die apparatuur, zodanig zelfs dat nu ook onze kinderen nog nauwelijks buitenkomen. We ervaren begot stress omdat we vinden dat we die gadgets uiteraard allemaal moeten gaan gebruiken ook. Stel je voor dat je die troep voor niks gekocht hebt.

Vrouwen hebben gestreden voor het recht om buitenshuis te mogen gaan werken. Ze streden voor gelijke rechten. Helaas vergaten ze ook ten strijde te trekken tegen de consumptiemaatschappij die hen in de eerste plaats aan huis ketende.

Slag van de molen

Oef, dat moest er even uit. Terug naar mijn verhaal.

Onze verhuis naar Frankrijk verliep in verschillende fases en niet altijd even vlotjes. Vorige winter, vlak nadat we het bericht kregen dat ons buitenlands avontuur aankondigde, zag ik het licht. Verhuizen naar het buitenland, bovendien maar voor twee jaar waarna je weer een internationale verhuis in de andere richting moet doen, dat wil je doen met zo weinig mogelijk spullen. Nu beseffen de meeste mensen niet hoeveel spullen – wacht ik zeg het even straffer: rommel – ze eigenlijk in huis hebben.

Omdat wij de onfortuinlijke gewoonte hebben om vaak te verhuizen, zijn wij dus ook al vrij straf geworden in het herkennen van spullenobesitas (ook bij onszelf, dit is geen wagging finger). Bij elke verhuis gingen er karrevrachten rommel naar het containerpark of naar de kringwinkel, helaas ook vaak met spullen die wij niet zelf hadden aangeschaft.

Dit keer schakelde ik een versnelling hoger: I konmaried the shit out of my house.

Samen met het inmiddels bekende boek van mijn vriendin Annelies, was het boek van Marie Kondo voor mij een eyeopener. Laat mij even duidelijk zijn: ik ben geen minimalist. Ik leef niet in een lege ruimte met grijze stoelen en die ene kamerplant die de spullenkritiek overleefde. Sterker, ik geloof daar niet in. Ik ben wel consequent Marie Kondo haar filosofie gaan toepassen: word ik er nog gelukkig van? En kijk, ik werd niet meer gelukkig van mijn wasmachine. Mijn wasmachine vertrok naar de kringwinkel. En echt, ik ben nog nooit zo blij geweest met zo’n drastische beslissing.

Het was wel een beslissing die ik niet uitgelegd kreeg. Vooral toen ik borstkanker bleek te hebben, desondanks ging verhuizen naar het buitenland en iedereen vond dat ik een slag van de molen had gekregen. Want uiteraard moeten je kleren wel gewassen worden. En vermits je dat niet thuis doet, ga je dat buitenshuis moeten doen. Daar geloofde dus niemand in, ook de wederhelft niet.

Eerlijk, die ‘verplichting’ om buitenshuis te moeten gaan om mijn was te doen, was een godsgeschenk. Het verplichtte mij om buiten te komen, ook al had ik daar geen zin in. Het dwong mij tot bewegen. Het zorgde voor sociaal contact. Het liet geen plaats voor angst om alleen de stad in te gaan. En het zorgde voor rust thuis.

Hoe doe ik dat dan concreet?

Eerst en vooral: een tweede mythe die hier met de rommel aan de deur werd gezet, is die van de 5-dagen werkweek, de 9-5 werkdag en het poetsweekend. Nu hoor ik u al denken: ja, voor u is ’t makkelijk he. Ergens wel. Ik ben nog in ziekteverlof, ik word ook niet geacht om 9-5 te gaan werken, 5 dagen per week. Nu ja, als zelfstandige was dat sowieso al niet meer mijn realiteit. Maar bedenk het even anders. Als ik, in volle chemotherapie, met mijn dagelijkse radiotherapie, met mijn kapotte zenuwuiteinden aan tenen en vingers, met een abnormale vermoeidheid en een hele rist gezondheidsproblemen waar we het niet over gaan hebben, dit kan volhouden, en bovendien volhouden zonder dat er totale chaos van komt: dan kan jij dat ook.

Ik heb dus geen vaste dag meer om de was te doen. In het weekend wordt er slechts bij hoge uitzondering was gedaan. Het weekend is wanneer we met het hele gezin leuke dingen kunnen doen. Dat is quality time die je niet op het spel zet voor zoiets doms als de was doen.

Was doen is hier: batching. Ik ‘batch’ mijn was, een idee dat dankzij Tim Ferriss in mijn hoofdje werd geplant. Wat is dat? Ik doe al mijn was van hetzelfde type (sorteren is hier the magic word) in één keer. Ik ga daarvoor naar het plaatselijke wassalon, de Lavomatique. Ik heb speciaal een wassalon uitgekozen dat makkelijk kan worden bereikt met de auto (ja ik weet het, dat is minder ecologisch verantwoord, maar lees even door) voor in het geval dat ik zoveel zakken was mee heb dat ik dat onmogelijk alleen te voet kan doen. Of voor in het geval dat de hemelsluizen hier weer vollebak openstaan.

In de Lavomatique is de kleinste machine er eentje van 6 kilo, de grootste er eentje van 20 kilo. Met zorgvuldig sorteren (en enigszins plannen) gebruik ik zoveel als mogelijk de grootste machine. De kortste wascyclus duurt 25 minuten, de langste nog geen uur. Was drogen gaat per machine was maximum op 30 minuten. Wat uit de droger komt, wordt zoveel als mogelijk onmiddellijk opgeplooid en thuis in de kast gelegd. Sommige delicate was gaat terug mee naar huis voor op het droogrek, dat gebeurt ten hoogste één maal per week, vaker 1 maal om de anderhalve week. Dan sta ik toe dat er één dag een droogrek op ons appartement staat. Daarna gaat de droge was ofwel onmiddellijk Konmarie-gewijs in de kast, ofwel in de strijkmand. Strijk wordt ook ‘gebatcht’, in één keer.

Hoeveel tijd mij dat kost? Ik doe minimaal drie machines was in één keer, dat kost mij dus maximum een uur. Ik ga dat nog even herhalen, want ik denk niet dat u dat goed doorheeft. DRIE wasmachines, waarvan minstens één van 20 kg, op MINDER DAN EEN UUR. Beste vrienden, uw machientjes thuis – ook niet die van dat bekende onverwoestbare merk – kunnen daar nooit aan tippen. Laat staan dat uw droogkast die hoeveelheid was op 30 minuten zou kunnen drogen.

Nu ja, ik moet het nog steeds zelf doen uiteraard. Soms helpen de wederhelft en het nageslacht mee, maar dat is minder efficiënt gebleken. Alleen als ik met een zak of 5-6 (of meer) moet sleuren, kan het handig zijn als de wederhelft in zijn lunchpauze even mee sleurt. Voor de duidelijkheid: moest het nobele beroep van wasvrouw in mijn buurt nog worden uitgeoefend, ik zou er onmiddellijk gebruik van maken. Bij gebrek aan mogelijkheid om uit te besteden, is dit the next best thing.

Bovendien is dat een pak beter voor het milieu. Al die minihuishoudmachientjes die om de zoveel jaar (vul zelf maar in, ze gaan steeds minder lang mee) op het stort eindigen, het is een ramp. Jaja, ik weet het, tegenwoordig recycleren we die he. Of toch voor een deel. U gelooft toch niet echt dat elk onderdeeltje – al dan niet van plastic – een tweede leven krijgt he? De machines in het wassalon zijn groter, veel groter. Sowieso gebruik ik dus minder energie en minder water. Komt nog bij dat ze sneller zijn, en standaard een eco-functie voor minder watergebruik. Win voor mij, win voor het milieu.

Nu hoor ik u bijna rekenen. Dat moet toch duur zijn?

Dat hangt ervan af hoe je rekent. Ten eerste zijn (goede) wasmachines helemaal niet zo goedkoop. Alleen al mijn verschillende droogkasten kostten mij destijds samen €1.500 in aankoop alleen, en dat waren dan goedkope machines. Dan tel ik de energiekosten niet eens mee. Een wasmachine kun je uiteraard al krijgen voor €200. Dat zijn die geweldige promoties waar we met z’n allen intrappen waarna blijkt dat die machine een minitrommel heeft waar je geen bal in kunt wassen, hopen water nodig heeft en energie bij hopen vreet. En na twee jaar kapot is. Dat ook.

Ik betaal tussen de €20 en de €40 per maand. Dat wisselt dus, afhankelijk van het soort was dat ik dan toevallig moet doen. Inderdaad, op een jaar tijd heb ik een standaard huishoudmachine opgemaakt in het wassalon. Met dien verstande dat ik niet opdraai voor energiekosten en niet voor het water. Ook niet voor het onderhoud van de machines. Wat krijg ik dus voor dat geld terug?

Win-win-win

  1. Efficiëntie. Met geen mogelijkheid kun je in je machine thuis gewassen krijgen wat je in een grote machine in het wassalon kunt wassen.
  2. Geld. Jawel. €20 of €40 per maand uitgeven is helemaal iets anders dan €1.000 in één keer. Maar dat is niet het enige financiële voordeel. Ik heb gemerkt dat ik automatisch voorzichtiger ben met mijn kleren. Ik was ze niet meer zo vaak. Liever dan onmiddellijk de wasmand in, laat ik bepaalde kledingstukken ook wel gewoon uitwaaien. Kleren minder vaak wassen = minder slijtage. En minder slijtage, dat betekent dat mijn kleren langer meegaan. Ik moet er dan misschien wel bij vertellen dat modegrillen mij gestolen kunnen blijven en dat ik sowieso niet vaak kleren ga kopen.
  3. Tijd. Niet te becijferen. We klagen allemaal steen en been dat we nergens tijd voor hebben. Tijd is ons meest kostbare goed geworden. Wel, kijk, ik heb nu een pak meer tijd. Quality time.
  4. Een lagere ecologische voetafdruk. Eén machine thuis, gebruikt door één gezin, versus een gemeenschappelijke machine die door honderden mensen wordt gebruikt. Die bovendien korter draait, dus minder energie en minder water nodig heeft. En geen afval wanneer de machine morsdood is, of anders gezegd, slechts één honderdste of één duizendste aandeel in dat afval. #Zerowaste: here I come!
  5. Ruimte. Ik woon op een appartement. Ruimte is schaars en pokkeduur. Ik gebruik de ruimte waar die machines zouden moeten staan liever voor iets anders. Hoe dan ook was er in dit appartement slechts plaats voor een wasmachine, geen droogkast. Dus dat zou alweer elke dag was betekend hebben, elke dag een droogrek in de living, geen plaats voor andere activiteiten.
  6. Gemoedsrust. No stress. Op wasdag gebeurt zoveel mogelijk in één keer. Dat zijn twee uren stress, versus een langgerekte wekelijkse klaagzang.
  7. Kleren die ook effectief gedragen worden. Hoe vaak komt het niet voor dat elke week dezelfde kleren worden gewassen én gedragen, terwijl de helft in de kast blijft hangen. Want de helft is ofwel té chic voor de gelegenheid (onze ‘zondagse’ kleren weetuwel) ofwel té onpraktisch of wat dan ook. Met dit systeem heb je die ‘luxe’ niet. Je bent gedwongen om al je kleren aan te doen. En als blijkt dat nog steeds de helft van je kleren in je kast blijven hangen, dan heb je overduidelijk teveel kleren en wordt het tijd dat je afstand neemt van je koopdrang.
  8. Geluk. Dat kostbare goedje waar tegenwoordig alles om draait. Mensen willen betalen om gelukkig te zijn. Miljonairs streven ernaar. Ik heb het.

De keerzijde?

Je moet er wel tegen kunnen dat de was zich opstapelt. In dit appartement is er één plaats waar de was samenkomt in verschillende wasmanden. In onze slaapkamer. Die is groot genoeg om niet over de was te struikelen. Dat betekent ook dat de wasmanden ‘gecentraliseerd’ zijn. Ik moet niet eerst in alle hoeken van het huis gaan checken of er nog ergens iets ligt. Uiteraard betekent dat dat je slaapkamer periodiek iets rommeliger is dan wat je graag zou zien (of dan hetgeen al die glossy magazines je wijsmaken).

Als je dus regelmatig fotoshoots organiseert in je slaapkamer is dit niets voor jou. Nu heb ik zelf jarenlang in een huis gewoond en weet ik dus dat dit een excuus is. Belgische huizen zijn verrekt groot. Er is altijd wel één plek te vinden waar je de was kunt centraliseren. En neem van mij aan dat mijn wasmanden – zelfs met dit systeem – nog heel wat minder plaats innemen dan een wasmachine, een droogkast en een droogrek. Overigens heb ik voor alle zekerheid ook twee zelf genaaide waszakken aan een deurrek hangen. Die nemen dus geen vloerruimte in (ze worden wel zelden gebruikt, slechts als ik mijn systeempje tot aan zijn limieten wil oprekken – lees: als ik echt te lui ben om was te doen).

En mijn huisgenoten?

Die zijn inmiddels overtuigd. Het nageslacht mag AL haar kleren aandoen wanneer ze wil, ook die ‘zondagse’ kleren, die wij trouwens niet meer hebben. Alle dagen zijn zondagen bij ons 😉 De wederhelft heeft al toegegeven dat hij dit 1. nooit had verwacht, 2. aangenaam verrast is en 3. benieuwd is naar wat ik de volgende keer omdenk.

En jij? Overtuigd of niet?

Please follow and like us: