“To wig out or not”: zich kierewiet laten maken of net niet

Drie weken na je operatie is het tijd voor een belangrijke afspraak: de bespreking van de nabehandeling, gebaseerd op het resultaat van de operatie en van het onderzoek van de tumor.

Afgelopen dinsdag werd ik ’s morgens in Leuven verwacht. De afgelopen weken zijn opmerkelijk kalm verlopen. Het is pas echt de dagen ervoor dat ik wat zenuwachtig werd. Wat als de snijvlakken niet vrij zijn? Wat als ik een nieuwe operatie moet ondergaan? Ik heb de operatie op zich goed verteerd, ik herstel vlot, maar ik ben geen fan van messen, naalden, infusen, eigenlijk van alles dat prikt. Dus dat was voor mij het ergste scenario.

Terug naar dinsdag. De resultaten waren op zich goed, geen nieuwe operatie dus, maar wel (onder andere) chemo. Ik viel wel wat uit de lucht. Ik had begrepen dat er een grote kans was dat er geen chemo nodig was, dus ergens is dat dan wel een teleurstelling. Het eerste dat door mijn hoofd ging: mensen, ik verhuis verdorie naar het buitenland, ik heb wel wat anders te doen! Voor het overige begrijp ik de beslissing van de oncoloog wel. De kans op genezing ligt voor mij op zich al heel erg hoog (90% is fenomenaal), maar met de hele reutemeteut aan nabehandeling komt daar nog 5% bovenop. 95% dat ik niet herval binnen de 5 jaar, wie tekent daar niet voor. OK, die 5% extra lijkt niet veel. Maar zoals de arts-assistent het uitdrukte: dat zijn 5 vrouwen op de 100 die extra kunnen genezen worden dankzij de nabehandeling. Na 10 jaar stijgt dat voordeel navenant: dubbel zo veel voordeel van de nabehandeling, zonder nabehandeling ‘maar’ 75% kans op volledig herstel, 25% kans op herval. Ik ben dan ook nog maar 53. Een halvering van de kans op herval na 10 jaar, ik zie daar wel het voordeel van in. Ook al lijkt chemo een beetje overshooting. Ik ga ervan uit dat zo’n beslissing niet licht genomen wordt.

Een half jaar extra rust

Ik heb dus op zich geen probleem met het idee dat ik nu tegen een klein half jaar chemotherapie aankijk (en neen, ik ben niet aan het minimaliseren, dit komt er ook aan). Het is administratief wel een extra horde om te nemen. Ik start met tweewekelijkse chemo’s, maar tegen augustus begin ik aan een nieuwe kuur met wekelijkse chemo’s. Midden in de verhuis dus. Dat betekent dat als ik op maandag een chemokuur heb gehad en we bij wijze van spreken op dinsdag verhuizen, ik tegen de volgende maandag al een nieuwe kuur moet kunnen krijgen in een Frans ziekenhuis. Dus dat betekent dat het dossier al daar moet zijn, dat de recepten duidelijk zijn, dat er een oncoloog moet zijn die mij kent, dat ze in Brest akkoord gaan met de hele nabehandeling. Want ook de bestraling na de chemo’s moet dan in Frankrijk gebeuren. En dus moeten we nu dus zo snel mogelijk contact opnemen met het ziekenhuis daar, hopen dat er geen (al te erge) wachtlijsten zijn en dat ik snel bij een oncoloog terecht kan.

Het betekent ook dat de periode waarin ik ‘arbeidsongeschikt’ ben langer wordt. Wat een idioot woord trouwens. Ongeschikt voor arbeid. Alsof je eigenwaarde en gezondheid af te meten zijn aan het feit of je al dan niet kunt werken. Maar soit, ook na de chemo moet je lichaam nog even recupereren. Hoe ik concreet ga reageren op de chemo is niet te voorspellen. Hoe snel ik recupereer erna is ook niet te voorspellen. Het feit of ik al dan niet snel terug aan het werk kan, is op dit moment eigenlijk het minste van mijn zorgen. Ik wil vooral focussen op genezen, niet op werken.

Het schrikeffect van de kale knikker

Vreemd genoeg begon zowel de arts-assistent als later de verpleegkundige (én de trajectbegeleidster!) onmiddellijk over het haarverlies. Ik lig daar eerlijk gezegd niet van wakker. Misschien verandert dat later nog, maar zo op het eerste zicht zijn er ergere dingen. Misschien komt dat ook omdat ik sowieso al wel wat heb geëxperimenteerd met mijn haar. Eerst met de kleur: blond (dat viel wat tegen), verschillende tinten rood (van Pipi Langkous-koper tot kersenrood), alle soorten bruin (ook mijn natuurlijke haarkleur, maar soit, honingbruin klinkt nu eenmaal schoon), tot bijna zwart. Dan de snit: ik heb heel, heel, heel, heel lang haar gehad, maar ik heb ook ooit als tiener mijn haar in een ‘broske’ laten knippen (I blame the nineties). Sinead O’Connor-kaal kan er dus ook nog wel bij.

Het vooruitzicht verschillende pruiken te kunnen uittesten vind ik op zich ook wel spannend. Hoog op mijn lijstje: een knalroze pruik, een knalblauwe pruik en een Cleopatra-pruik. De wederhelft is not amused, het nageslacht wel. Gelukkig ben ik een sjaaltjesmens en heb ik sjaals in alle kleuren van de regenboog. Als het maar niet saai wordt, is mijn motto.

Bovendien zijn er heel wat voordelen verbonden aan haarverlies. Ik geef een aanzet. Voor minstens de komende 6 maanden:

  • niet meer prullen met scheermesjes in de douche
  • geen scheerwondjes meer (auw!)
  • niet meer vloeken op weerbarstige wenkbrauwen
  • niet meer zoeken met de pincet in de aanslag naar ongewenste haargroei in het gezicht
  • geen last-minute ontharingsaanvallen omdat de wederhelft en het nageslacht beslissen dat ze nu willen gaan zwemmen
  • geen blote benen-stress in de zomer
  • geen kriebelige benen in de winter
  • geen kappersdrama’s meer
  • geen kapperskosten meer
  • tijdswinst! Elke morgen minstens een kwartier (ik blijf bescheiden) meer tijd

 

En laten we een kat een kat noemen. Moet ik mij schamen omdat ik ziek ben? Er wordt veel te weinig gesproken over kanker. We hebben veel te veel bang om kanker te erkennen. Er zijn veel te veel mensen die zich schamen en zich willen onttrekken aan de ongemakkelijke blikken van hun medemensen. Iedereen moet voor zichzelf uitmaken of hij/zij ontvankelijk is voor die maatschappelijke druk om altijd maar perfect te moeten zijn. Ik persoonlijk heb geen zin om mij ongemakkelijk te voelen onder een bloedhete hoop nephaar in de hoop dat niemand opmerkt dat ook mijn wenkbrauwen en mijn wimpers verdwenen zijn. Als mensen zich ongemakkelijk voelen bij het zien van mijn kaal hoofd, dan is dat misschien het moment om na te denken over hun eigen leven en de manier waarop wij op een compleet onnatuurlijke manier proberen mee te draaien in een leven dat slechts weinig mensen echt gelukkig maakt.

Laat mij maar een Samantha Joneske doen.

 

Please follow and like us: