This is a post (in Dutch) about how we do our weekly groceries now that we’re transitioning to zero waste.

Klassiek boodschappen doen: een straf voor mensen zoals ik

Wij zijn met z’n allen zo gewoon geraakt aan het idee dat je al je boodschappen doet in de supermarkt, dat alternatieven worden gezien als primitief. De supermarkt, of dat gedrocht de hypermarkt, worden bijgevolg gepromoot als the place to be voor al je boodschappen, van je nieuwe wasmachine tot een kilo appelen.

Maar moet dat eigenlijk wel zo?


In België hadden de wederhelft en ik al een bloedhekel aan boodschappen doen. Je doet dat niet voor je plezier, je doet dat omdat het moet. Lange gezichten in de winkel en aan de kassa, jengelende kinders (af en toe die van mij), tetterende bejaarden die hun wekelijkse samenkomst houden net in die rayon waar jij dringend moet zijn.

Dringend en druk, dat zijn de woorden die ik associeer met supermarkten. Iedereen weet dat boodschappen doen je ongelukkig maakt, maar ‘het hoort erbij’, ‘het moet nu eenmaal’, ‘niet alles in het leven kan fun zijn he’.

En daar komt dan die geweldige uitvinding: online bestellen. Je hoeft helemaal geen boodschappen te doen, iemand anders doet dat voor jou. Jij kunt ‘rustig’ online (en volstrekt zombie-achtig op een avond na je werk) je producten online uitkiezen en op een dag en uur van je keuze je karrevracht overbodige spullen gaan afhalen.

Wij hebben dat jarenlang gedaan.

Eén van de eerste dingen waar we dus naar op zoek gingen na de verhuis naar Brest, was een supermarkt. Dankzij de oplettendheid van mijn nicht werd al gelijk de plaatselijke Lidl gespot. Een juf bij het nageslacht op school verwees ons naar de Carrefour. Onze buurvrouw werd lyrisch over de lokale SuperU. Op de wederhelft zijn werk werd gewezen op de handige nabijheid van de Leclerc in het centrum.

Heel af en toe was er echter ander geluid. Mensen vertelden over de leuke winkeltjes in Les Halles Saint-Louis in het centrum. Of dat er ook wel een toffe markt was op zondag. Maar als alternatief voor de supermarkt werd dat niet gezien. Eerder om zo af en toe eens naartoe te gaan.

Eerlijk? Ik dacht dat het verschrikkelijk moeilijk ging zijn om onze boodschappen op de markt te gaan doen. Stiekem was ik ervan overtuigd dat we al snel terug in de Carrefour zouden staan. En inderdaad, als het regent en stormt is naar de markt gaan niet altijd evident. Wat ik niet verwacht had, is hoeveel plezier ik nu heb in boodschappen doen. Dat het niet langer een opgave is, maar een leuke uitstap op zondagmorgen, eentje die we in weer en wind doen.

Hoe gaat dat dan zo boodschappen doen? Duurt dat niet ontzettend lang?

Eens per week, op zondagmorgen, ga ik naar de markt met de wederhelft en het nageslacht. We hebben daar onze vaste groenteboer, vader en zoon. Allebei even zot en vriendelijk. Er wordt gebabbeld, gezeverd en gedebatteerd over het eten. Waar heeft u zoveel prei voor nodig? Awel ja, voor het stoofvlees. Voor het wat? En hupsakee, je bent vertrokken voor een gesprek over Belgische culinaire tradities die verdergaan dan bier en chocolade.

Vraag ik appelen en is er eens een geblutst exemplaar bij, dan wordt die gratis meegegeven. Bij de kaasboer ernaast gaat het net zo. Daar zijn wij ‘les Belges’ die elke week hun Oude Brugse komen kopen. Een straat verder staat een biologische bakker waar ik nog drie ‘Noorse broden’ heb gekocht.

Vorige week maakte ik verse St-Jacobsvruchten voor een Japanse prof op bezoek in Brest. Netjes gekocht op de markt diezelfde dag, waar de visser wilde weten waar mijn charmant accent vandaan komt. En weer ben je vertrokken voor een gezellige babbel.

#zero waste Sint-Jacobsvruchten-Wear Sunscreen-Mirella Marini

#zero waste Sint-Jacobsvruchten: de schelpen zijn ideale zeephouders.

Bretoenen zijn gezellige mensen. Ontzettend vriendelijk, babbelaars, enorm nieuwsgierig en heel erg trots op hun streek en hun streekproducten. Het is heerlijk om op die manier boodschappen te doen.

Zogenaamde bulkgoederen koop ik in de vrac-winkel.  Wat is dat? ‘Bulk’ heeft niets te maken met het soort bulk dat je kent van in de Colruyt of andere winkels die ‘hoeveelheidskortingen’ geven. Daar gaat het in dit geval helemaal niet om. Een vrac-winkel is een verpakkingsvrije (of verpakkingsarme) winkel, waar goederen in bulk worden aangeboden. Je brengt zelf een bokaal of doos mee, die je vult met de hoeveelheid die jij nodig hebt.

En uiteraard zonder plastic.

We gaan het liefst naar de Day by Day in Les Halles Saint-Louis. Afgelopen zaterdagavond (de winkels zijn hier open tot 19:30) kocht ik polenta, pasta, couscous, snoepjes, nootjes, kruiden, koffie, poetsazijn, een shampoobar en een schrobborsteltje. Didier is altijd bereid om meer uitleg te geven bij de producten die hij verkoopt. Zijn chocopasta is zo lekker dat we er tegenwoordig heel snel langslopen. De twee keren dat we ons lieten verleiden om choco te kopen (zo van die echte choco met ook echte hazelnootpasta, zonder palmolie en andere troep) was de pot een dag later al op.

Even verder liepen we La Maison du Miel binnen, waar we drie potjes confituur gekocht hebben. Zo van die echte, waar nog echte vruchten inzitten. Zo’n pot waar je regelmatig met een lepeltje wat uitschept om het zo in je mond te doen. Gewoon omdat het lekker is. En voor de zagers: ja, die confituur is vijf keer zo duur als die van de Aldi. Maar die van de Aldi steekt vol glucosestroop en eindigt hier steevast na enkele maanden beschimmeld en half opgegeten in de vuilbak. Deze potjes krijgen daar de kans niet voor.

Onze slager is een echte Bretoen die trots is dat zijn koeien uit Bretagne komen. Een man die fier is op zijn stiel en een heel verhaal kan vertellen over welke soorten vlees dienen voor wat. En ja, ik weet dat vlees eten ook controversieel is. Wij zijn al een aantal jaren zogenaamde flexitariërs. Ik heb dat altijd een vreemde naam gevonden trouwens. Alsof minder vlees eten abnormaal is en niet al duizenden jaren de norm.

Soit, in België lieten wij ons nog te vaak verleiden door charcuterie. Niet in enorme hoeveelheden, maar er werd toch regelmatig een klein assortiment aangekocht bij onze excellente dorpsslager. Hier in Brest komen we minder in de verleiding, simpelweg omdat een boucher geen charcutier is en we dus bij de charcutier wegblijven. Dat is ook een pak beter voor de gezondheid!

Onze slager, onze vrac-winkel, onze markt: ze liggen allemaal ofwel in Les Halles Saint-Louis ofwel in de straten errond. Allemaal zijn ze open of actief op zondagmorgen. We wandelen in de stad en doen onze wekelijkse boodschappen, terwijl we hier en daar een babbel slaan, met onze neus op de producten zitten en genieten van wat er de week erna op ons bord komt. Eten is genieten en experimenteren en niet gewoon overleven en proberen smaak te halen uit in kas gekweekte komkommers.

#zero waste boodschappen-Wear Sunscreen-Mirella Marini

#zero waste boodschappen: mijn gevulde bokalen uit de vrac-winkel

Boodschappen à l’ancienne?

En neen, het is niet 1957, het is gewoon 2019. Dit is niet ouderwets, dit is hypermodern. Pure producten, pure smaken, lekker eten. Onze markt loopt vol met jonge mensen, gezinnen met kinderen, hipsters, noem maar op. Naar de markt gaan is hier een kunst, afgesloten met een kop koffie op het terras of een lunch in één van de omringende restaurantjes.

En snel. U denkt dat dit allemaal veel langer duurt? Think again. Afgelopen zondagmorgen vertrokken we om 11:45 thuis (het begrip ‘morgen’ duurt hier ietsje langer dan in België), liepen we te voet naar het centrum, om 13:00 waren we terug thuis. Boodschappen gedaan en tegelijkertijd een gezonde wandeling. Win-win.

Niet overtuigd? Hoeft ook niet. Ik was ooit even sceptisch als u. Alleen wil ik nu nooit meer terug naar de drukte en de schreeuwerigheid van voorheen. Naar de parkings waar horden gestresseerde mama’s op zoek zijn naar het dichtstbijzijnde plaatsje. Onze wekelijkse of tweewekelijkse supermarktbezoeken zijn steevast blitzbezoekjes van een half uur (waarvan we het grootste deel van de tijd in de rij gestaan hebben aan de kassa). Zodra we al onze producten vervangen hebben, zeggen we wat mij betreft de supermarkt helemaal vaarwel.

Wat heb je nodig voor #zero waste boodschappen?

Daarover kan ik kort zijn: verrassend weinig.

Nog ergens een zak liggen, al of niet van plastic? Geweldig. Daar steek je je bokalen in. Ik gebruik een mandje dat het nageslacht ooit cadeau kreeg van haar tante. Bokalen hoef je uiteraard niet te kopen. Ik hergebruik gewoon de bokalen van confituur, maïs, kikkererwten, passata, etc etc. Wat ik wel in de IKEA heb gekocht zijn zo van die grote glazen wekpotten. Voor dingen die je in grotere hoeveelheden wil hebben, zoals pasta of cornflakes, zijn die wel heel erg handig.

Daarnaast kocht ik een aantal (ik denk een vijftal) ‘glazen Tupperware’ potten. Ook in de IKEA wegens een pak betaalbaarder dan in de kookwinkel en zonder plastic. Die kun je voor zowat alles gebruiken, ook om mee te koken. Fruit dat in de frigo moet worden bewaard, doe ik bijvoorbeeld ook in die potten.

Voor droge producten zoals brood of pasta kun je ook stoffen zakken gebruiken. Ik heb die zelf genaaid van een aantal katoenen handdoeken. Kwestie van mij geen breuk te sleuren aan bokalen als de wederhelft eens niet mee zou zijn naar de vrac. Ben je geen naaiwonder? Hoeft ook niet! De meeste vrac-winkels bieden alles aan om je boodschappen mee te doen, dus ook stoffen zakken.

Eigenlijk wijst het zich vanzelf uit. En neen, je loopt dan niet rond met 77 zakken met zware bokalen. Je koopt geen supermarkthoeveelheden. Gedaan (of toch bijna, zie hierboven met de choco en de snoepjes) met het kopen van overbodige dingen. Je koopt geen diepvriespizza’s, diepvrieslasagnes, diepvriesvis of whatever meer. Met pure producten kook je vers. En zoveel eet een mens op een week helemaal niet.

Want dat ga je kopen: genoeg om een week mee verder te kunnen. Meer is niet nodig, dat neemt alleen plaats in en blijft liggen tot je nog eens je kasten opruimt. Eens per maand kook je je kasten/frigo leeg. Zero waste weetjewel.

10 Tips om zelf te starten

  1. Zoek eerst uit waar en wanneer bij jou in de buurt de markt staat.

    Misschien is de lokale markt alleen door de week, maar staat er in het volgende dorp wel een markt in het weekend. Kun je daar zonder auto naartoe?

  2. Maak een boodschappenlijst op basis van een maaltijdplanning voor één week.

    Voorzie best ook een ‘bufferdag’: zo eentje waarop je toch liever gaat uit eten of een frietje gaat afhalen.

  3. Voorzie de eerste keer dat je naar de markt gaat wat meer tijd.

    Zoek een marktkraam uit die mee is in je verhaal: geen plastic zakken, laat groenten en fruit los in je boodschappentas leggen, laat je eigen zakken vullen of kijk uit naar een kraam die (gerecycleerd) papieren zakken gebruikt.

  4. Zoek uit waar de dichtstbijzijnde vrac-winkel is.

    Geen vrac-winkel? Neem je eigen zakken/bokalen mee naar de supermarkt. Vermijd in plastic ingepakte producten.

  5. Ga op zoek naar buurtwinkels: slagers, bakkers, visboeren etc etc.

    Bouw een band op met de lokale zelfstandigen. Je steunt je lokale economie, zorgt voor lokale werkgelegenheid, krijgt dankbaarheid terug en dankzij die band kijken zij er minder van op als je daar met je eigen zakken en bokalen staat.

  6. Ben je zelf zo een lokale zelfstandige?

    Neem het voortouw: kleef een etiket op je etalage dat eigen verpakkingsmaterialen toegelaten zijn. Toon dat je een hart hebt voor de natuur.

  7. Koop zoveel mogelijk lokaal, bio of organisch.

    Geen boontjes uit Kenia dus.

  8. Leer het etiket van je producten lezen, ga de ingrediëntenlijst na.

    Vermijd palmolie. Koop bewust.

  9. Leer te focussen op kwaliteit, ook al kost dat in eerste instantie meer, in plaats van enkel te kijken naar kwantiteit.

    If you pay peanuts, you get monkeys.

  10. Leef bewust. We hebben maar één planeet.

Ga jij regelmatig naar de markt? Ken je je buurtwinkels? Neem je wel eens de tijd om te praten met de bakker, de slager, de kassierster etc? Weet jij waar je producten vandaan komen? Hoeveel verpakkingsafval verzamel jij na een typische trip naar de supermarkt?

Be social