Een Zero Waste avontuur

This is a post (in Dutch) about why I’m getting tired of all the plastic around me and decided to start a #zerowaste lifestyle.

Een paar maanden geleden vroeg ik op Facebook raad over verpakkingsvrije doucheproducten. Op dat moment wist ik nog niet goed waar ik eigenlijk naartoe wilde. Ik had al wel gehoord van #zerowaste, maar mijn uitstappen naar verpakkingsvrije winkels lieten mij altijd een beetje op mijn honger zitten. Mijn drive om ergens iets te doen, kwam voort uit een sentiment dat ik nu in alle hevigheid rond mij zie opduiken: plasticmoeheid.

Eigenlijk kan ik mij geen moment in ons ‘leven als koppel’ herinneren waarin wij niet in één of andere vorm zijn bezig geweest met afval. Of liever gezegd, met het idee om ons afval te verminderen of alleszins een poging te doen daartoe. Dat had op zich geen puur ecologisch motief, toch niet in het prille begin. Het begon gewoon met ergernis.

Vieze mensen en glimmende gazons

In een ver verleden woonden wij bijvoorbeeld in centrum Brussel. Dat was de tijd voor de Grote Markt eruit zag alsof het één grote chocoladespeeltuin was. Of we het nu graag toegaven of niet, Brussel was vuil. Niet dat de stad geen poging deed om de straten te vegen, het was gewoon vechten tegen de bierkaai. Ik herinner mij op een middag dat ik op de Grasmarkt liep en vlak voor mij een veertiger de plastic verpakking van zijn sigaretten gewoon op de grond smeet. Zonder gêne, zonder ook maar het minste gebaar dat hij zich enigszins bewust was van de ongelooflijke smerigheid van zijn achteloze geste. Ik was zo geschokt dat ik sindsdien een obsessie heb met mensen die te tam zijn om hun eigen viezigheid op te ruimen. Het verklaart ook mijn probleem met rokers. Vooral met rokers die hun vieze peuken op de grond smijten.

Hoe dan ook, twaalf jaar geleden verhuisden wij naar het platteland. Echt platteland. Ik dacht dat ik op het platteland was opgegroeid, maar dat bleek een illusie. Ik ben eerder een kind van suburbia, dat slechts twaalf jaar geleden de confrontatie aanging met het diepe Vlaamse platteland. U kent dat wel: het platteland van de lintbebouwing en de slechte smaak wat betreft de keuze van tuinornamenten. Het platteland ook waar groen een vieze kleur is, waar Roundup behoort tot de standaard keukenuitrusting, waar plastic verbrand werd in de achtertuin, bomen gezien werden als iets vervelends en gigantische gazons nog eens nageknipt werden met een gewone huishoudschaar. Op zoek naar de perfectie in de aanleg en het onderhoud van ’s werelds lelijkste tuintjes.

Een gemeente met visie

Nu was de afvalophaling op dat platteland ook niet altijd even goed georganiseerd. Bovendien waren (en zijn) vuilzakken duur (en van slechte kwaliteit, maar dat is een andere ergernis). Zodra wij dus goed en wel geïnstalleerd waren, gingen wij op zoek naar een composthoop. Onze gemeente (Tielt-Winge, ooit een groene gemeente in het Hageland, nu in sneltempo bezig kapotverkaveld te worden) had een geweldige campagne gelanceerd. Composthopen werden via de gemeente verkocht. Enkele maanden later volgde de volgende geweldige campagne, dit keer werden er heggen tegen zeer lage prijzen verkocht. Binnen de kortste keren hadden wij dus 1. een composthoop en 2. in plaats van een lelijke plastic draad rond onze tuin een groene weelde aan allerlei verschillende soorten heggen. Ik ben dus een groot voorstander van overheidsinitiatief.

Soit, onze heggen werden later door de eigenaar vakkundig verwijderd. Maar in elk huis waar wij sindsdien hebben gewoond, werd de plaatsing van een composthoop een prioriteit. Nu we al enkele maanden in een appartement in Frankrijk wonen, merken we weer hoezeer het weggooien van organisch afval ons stoort. Dat en het feit dat ze hier geen roze zakken kennen.

De roze bril en hoe het anders kan

Die roze zak, dat zagen wij destijds als een godsgeschenk. Eindelijk een plek om al dat plastic in te verzamelen. Eindelijk geen (of bijna geen) plasticafval meer in de restafvalzak. Vlak voor onze verhuis naar Frankrijk produceerden wij niet meer dan één afvalzak per twee (soms drie) weken. Daarnaast nog één welbekende blauwe zak om de twee à drie weken (soms langer). Maar wekelijks wel meerdere roze zakken. En dat was een eyeopener. De hoeveelheid plastic die we na het wekelijkse bezoek aan de supermarkt in de roze zak smeten, was gewoon stuitend. Ook al probeerden we toen al over te schakelen van supermarkten naar buurtwinkels, het was niet genoeg. En die roze zak, dat is een vergiftigd geschenk. Het sust ons geweten, maar beweegt ons niet tot het aannemen van een ander aankooppatroon.

Ik heb er dus gewoon genoeg van. Ik heb er genoeg van om schildpadden te zien rondzwemmen tussen de plastic zakken in de Middellandse Zee (ik heb daar denk ik nog ergens een foto van). Ik heb er genoeg van om levensmiddelen verpakt te zien in plastic die ik tot voor enkele jaren geleden nog gewoon los kon kopen. Ik heb er genoeg van dat ik hier in Frankrijk in de supermarkt mijn suiker enkel in een plastic doos kan kopen. Ik heb er genoeg van om te betalen voor marketing in plaats van voor het product dat ik wil kopen. Ik heb er genoeg van om te horen dat wij 1/3 van ons voedsel gewoon wegsmijten, maar wel beweren dat plastic nodig is om ons voedsel langer te conserveren. Ik heb er genoeg van dat hoe langer hoe meer plastic geen enkel nut heeft en onmiddellijk in de vuilbak verdwijnt.

Ik heb er vooral ook gewoon genoeg van dat zoiets kostbaars als fossiele brandstoffen worden gebruikt om plastic bakjes van te maken die één minuscuul blokje Lego bevatten. Ik ben niet tegen plastic an sich. Plastic heeft fantastische toepassingen. Plastic heeft het leven voor veel mensen ongetwijfeld gemakkelijker gemaakt. Maar geen enkele afweging van die aard is van toepassing op het plastic laagje rond individueel verpakte koekjes of de plastic folie rond een kilo appels (die verdorie 500 jaar geleden ook zonder plastic maandenlang goed bleven).

Nu zou ik natuurlijk niks kunnen doen. Ik zou kunnen afwachten tot de overheid maatregelen neemt. Ik zou kunnen wachten tot er eindelijk statiegeld komt. Ik zou kunnen wachten tot de supermarkten tot inkeer komen. Maar eigenlijk heb ik er ook gewoon genoeg van om altijd af te wachten. Ga ik alleen de wereld redden? Nee, ik heb geen messiascomplex. Maar ik sta dan ook niet alleen. Ik ben maar de zoveelste in een steeds langer wordende rij van mensen die zelf actie ondernemen. Zero waste is geen modeverschijnsel. Het is een manier van leven. En hoe langer hoe meer mensen zijn zo zotgeconsumeerd dat ze bereid zijn om hun leven radicaal om te gooien.

2019 is voor mij het jaar waarin ik zero waste ga.

De paar kleine ingrepen die ik nu al heb gedaan, hebben het leven zoveel simpeler gemaakt dat ik niet kan wachten om te ontdekken wat ik nog meer kan doen. En als ik het kan, dan kan jij het ook. Waar wacht je nog op?